“Ik vind het heerlijk om mijn liefde voor schoonmaak over te brengen naar anderen”

Cindy Thijs | Werkcoördinator schoonmaak

Cindy Thijs kwam tijdens een studeerpauze per ongeluk terecht in het ZOL. Ze werkte er jaren als poetshulp en is intussen uitgegroeid tot werkcoördinator schoonmaak. “Ook in een niet-zorgfunctie kan je doorgroeien in het ZOL.”

Meer dan 20 jaar geleden ben je hier gestart als poetshulp. Hoe is je carrière geëvolueerd?

Cindy: “Na het secundair onderwijs ben ik verpleegkunde gaan studeren, maar die studie lag me toch niet helemaal. Ik heb dan een pauze ingelast in het studeren en zag een vacature voor poetshulp in het ZOL. Nu, 20 jaar later, blijkt die pauze wel héél lang te duren.” (lacht) “Ik ben blij dat ik alsnog in een ziekenhuis ben terechtgekomen, want de zorg heeft me altijd wel geïnteresseerd. Zo’n 2 jaar geleden kreeg ik dan de kans om werkcoördinator te worden en heb ik die uiteraard gegrepen.”

“Ik ben eigenlijk per ongeluk in deze sector beland, want ik studeerde voor verpleegkundige”

Wat zijn je belangrijkste taken als werkcoördinator schoonmaak?

Cindy: “Ik coördineer de taken van de schoonmaak, afvalverwijdering, linnenbedeling en intern transport. Ook zorg ik voor de week- en maandplanningen van de medewerkers. Dat doe ik op campus Sint-Barbara in Lanaken, die zich vooral toespitst op Revalidatie en Geriatrie. Net omdat dit een vrij kleine campus is, heb ik wel meer verantwoordelijkheden. Zo is badgebeheer ook een van mijn taken: namelijk zorgen dat alle personeelsbadges up-to-date zijn.”

Waarom heb je gekozen voor schoonmaak?

Cindy: “Ik heb altijd graag gepoetst. Natuurlijk zijn de werkzekerheid en extra voordelen in een ziekenhuis mooi meegenomen, maar ik vind het belangrijk dat je ook feeling voor je job hebt. Ik maak de patiëntenkamers schoon zoals ik mijn eigen huis poets. En die liefde voor schoonmaak wil ik ook overbrengen aan mijn werknemers. Nieuwe mensen opleiden en motiveren vind ik nog het leukste aan mijn job.”

Je werd dan plots leidinggevende over je vroegere collega’s. Hoe heb je dat ervaren?

Cindy: “In het begin was dat niet simpel, maar gelukkig had ik al een goede band met hen opgebouwd doorheen de jaren. De meeste collega’s reageerden er wel goed op en waren trots dat ik dat bereikt had. Ze zeggen dat het makkelijk is om met mij te praten en dat ze bij mij voor alles terechtkunnen. Die waardering vind ik wel heel belangrijk.”

“Natuurlijk zijn de werkzekerheid en extra voordelen mooi meegenomen, maar ik vind het belangrijk dat je feeling voor je job hebt”

Hoe is de sfeer op campus Sint-Barbara?

Cindy: “Heel gemoedelijk, ook omdat het een kleinere campus is dan bijvoorbeeld Sint-Jan in Genk. Iedereen kent iedereen en er hangt een aangename sfeer. Niet alleen tussen collega’s, maar ook tussen personeel en patiënten die er langere tijd verblijven. Als je die kamers vaak gaat schoonmaken, krijg je op termijn wel een band met die mensen. Je maakt al eens een babbeltje en je luistert vooral naar hen. Zo was er eens een vrouw met een ongeneeslijke longziekte die ik regelmatig sprak. Ze zei me dat ze me nooit zou vergeten en gaf me een sjaaltje als afscheidsgeschenk. Dat heb ik nog steeds en elke keer als ik het zie, denk ik aan haar.”

“Als je vaak de kamer van patiënten schoonmaakt, krijg je op termijn wel een band met hen”